Aylin M.

maart 7, 2026

Schenking onroerend goed: wat als de schenker overlijdt binnen 3 jaar?

Aankopen | 0 reacties

Bij vermogensplanning met vastgoed komt vroeg of laat dezelfde vraag terug: wat gebeurt er bij een schenking onroerend goed en overlijden binnen 3 jaar? Ouders schenken bijvoorbeeld een appartement of huis aan hun kinderen, maar willen tegelijk vermijden dat die schenking fiscaal “gestraft” wordt als zij kort nadien overlijden. In België spelen daarbij verschillende regels, afhankelijk van het gewest, en begrippen als schenkbelasting, erfbelasting en het zogenaamde “opduweffect”. In deze gids krijg je een helder overzicht in gewone taal, toegespitst op onroerende schenkingen.

1. Basis: schenkbelasting vs. erfbelasting op vastgoed

Bij een schenking van onroerend goed (bijvoorbeeld een huis, appartement of bouwgrond) is in België altijd een notariële akte verplicht. Die akte wordt geregistreerd en er is schenkbelasting verschuldigd aan het gewest waar de schenker zijn fiscale woonplaats heeft.

Belangrijke uitgangspunten:

  • Op de onroerende schenking zelf betaal je onmiddellijk schenkbelasting.
  • Als de schenker later overlijdt, wordt op datzelfde geschonken goed in principe geen erfbelasting meer geheven: het zit niet langer in zijn nalatenschap.
  • De vraag bij schenking onroerend goed overlijden binnen 3 jaar gaat dus niet over dubbele belasting op datzelfde pand, maar over de impact op de rest van de nalatenschap.

Zowel Vlaanderen als Wallonië kennen daarvoor een “progressievoorbehoud” of “opduweffect” bij overlijden binnen drie jaar na de schenking; het Brussels Gewest heeft dat effect afgeschaft voor recente schenkingen.

2. Vlaanderen: opduweffect bij overlijden binnen 3 jaar

In Vlaanderen is de regel duidelijk: bij een schenking onroerend goed overlijden binnen 3 jaar moet de begiftigde de waarde van het geschonken vastgoed opnemen in de nalatenschap voor de tariefbepaling van de erfbelasting.

Concreet:

  • Op het geschonken pand zelf wordt geen erfbelasting meer geheven (daarop heb je al schenkbelasting betaald).
  • Maar de waarde van dat pand wordt fictief opgeteld bij de overige onroerende goederen in de nalatenschap.
  • Daardoor kunnen de overige goederen in hogere tariefschijven vallen, wat de erfbelasting op de rest van het vermogen verhoogt (het “opduweffect”).

Voorbeeld:

  • Ouders schenken hun kind een appartement ter waarde van 300.000 euro.
  • Ze betalen schenkbelasting (bijvoorbeeld 3% rechte lijn; de exacte tarieven hangen af van het gewest en moment).
  • De ouder overlijdt 2 jaar na de schenking en laat nog een andere woning ter waarde van 200.000 euro na.
  • Voor de berekening van de erfbelasting op die 200.000 euro wordt eerst de 300.000 euro fictief bijgeteld → totaal 500.000 euro.
  • De erfbelasting wordt dus berekend in hogere schijven dan wanneer er geen schenking was gebeurd, hoewel op de 300.000 euro zelf geen erfbelasting meer wordt geheven.

Overlijdt de schenker meer dan 3 jaar na de schenking, dan telt die waarde in Vlaanderen niet meer mee voor dat opduweffect; de teller wordt als het ware “op nul gezet”.

3. Brussel: geen opduweffect meer bij onroerende schenking

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest geldt voor onroerende schenkingen iets anders. Sinds 1 januari 2016 heeft het overlijden van de schenker binnen 3 jaar na de schenking geen invloed meer op de berekening van de erfbelasting voor de geschonken onroerende goederen.

Kort samengevat:

  • Op de onroerende schenking wordt schenkbelasting betaald.
  • Als de schenker daarna overlijdt, wordt de geschonken waarde niet meer “opgeduwd” in de schijven voor de erfbelasting op de rest van het vermogen.
  • Er is dus geen opduweffect meer voor recente onroerende schenkingen in Brussel, wat de planning iets eenvoudiger maakt.

Let op: voor schenkingen van vóór 1 januari 2016 kunnen oudere regels nog spelen, waardoor het opduweffect wel geldt.

4. Wallonië: langere termijn voor schenkingen en opduweffect

In Wallonië is de kernfilosofie vergelijkbaar met Vlaanderen: bij een schenking onroerend goed overlijden binnen 3 jaar wordt er rekening gehouden met de waarde van de schenking in de erfbelasting op de overige onroerende goederen, om te vermijden dat er via schenkingen net vóór overlijden erfbelasting wordt omzeild.

Daarnaast hanteert Wallonië voor sommige schenkingen (zeker bij roerende goederen) langere verdachte periodes (bijvoorbeeld vijf jaar) rond de vraag of een schenking nog wordt meegeteld bij overlijden voor de erfbelasting. De exacte duur en uitwerking zijn dus gewestafhankelijk en kunnen verschillen tussen roerende en onroerende schenkingen.

5. Registratie en de driejaarstermijn: waarom bewijs belangrijk is

Omdat het moment van schenken zo belangrijk is bij een schenking onroerend goed overlijden binnen 3 jaar, moet je die datum waterdicht kunnen bewijzen. Bij onroerende schenkingen is dat standaard het geval, omdat ze via notariële akte worden geregistreerd. De datum van de schenkingsakte is dan het referentiepunt.

Bij roerende schenkingen (geld, effecten) speelt een andere discussie rond geregistreerde versus niet-geregistreerde schenkingen en de drie- of vijfjaarstermijnen, maar dat is een apart thema. Hier focussen we op vastgoed.

Belangrijk:

  • De driejaarstermijn in Vlaanderen en Wallonië gaat in vanaf de datum van de geregistreerde schenkingsakte.
  • Overlijdt de schenker binnen die periode, dan speelt het opduweffect (behalve in Brussel voor recente schenkingen).
  • Overlijdt de schenker na die periode (bijvoorbeeld 3 jaar en 1 dag), dan wordt de geschonken onroerende waarde niet meer meegeteld voor de erfbelastingtarieven.

6. Schenking in schijven: planning over de tijd

Omdat de schenkbelasting progressief is (hogere schijven naarmate de waarde stijgt), kan het fiscaal interessant zijn om een groot onroerend vermogen in verschillende schijven te schenken, met minimaal drie jaar tussen twee schenkingen in.

Typische strategie:

  • Je schenkt bijvoorbeeld om de drie jaar een deel van je vastgoed.
  • Bij elke schenkingsakte wordt de schenkbelasting opnieuw berekend vanaf de laagste schijf, in plaats van op één groot totaalbedrag.
  • Overlijd je meer dan drie jaar na een bepaalde schenking, dan telt die niet meer mee voor het opduweffect op de rest van de nalatenschap.

Zo kun je geleidelijk vastgoed overdragen, successiedruk beperken en tegelijk de driejaarstermijn respecteren. Let wel: dit vraagt een doordachte planning en moet afgestemd worden op je eigen levensverwachting, familiale situatie en zorgbehoeften.

7. Veelvoorkomende misverstanden

Rond schenking onroerend goed overlijden binnen 3 jaar circuleren een aantal hardnekkige misverstanden:

  • “Als ik binnen 3 jaar sterf, betalen de kinderen nog eens erfbelasting op het geschonken huis.”
    Dat klopt niet: op het geschonken onroerend goed zelf wordt geen erfbelasting meer geheven, maar de waarde kan wel het tarief op de rest van de nalatenschap omhoog duwen in Vlaanderen en Wallonië.
  • “De driejaarstermijn geldt overal hetzelfde.”
    Niet juist. In Brussel is het opduweffect voor recente onroerende schenkingen afgeschaft, terwijl Vlaanderen en Wallonië het behouden hebben.
  • “Een schenking is fiscaal altijd beter dan niets doen.”
    Schenken kan erfbelasting drukken, maar ondoordachte schenkingen – zeker vlak voor overlijden – kunnen door het opduweffect minder voordeel opleveren dan verwacht en je eigen financiële veiligheid in het gedrang brengen.

8. Praktische aandachtspunten voor eigenaars en families

Wie nadenkt over een schenking van onroerend goed met het risico op overlijden binnen 3 jaar, houdt best rekening met:

  • Gewestelijke regels: waar ben je fiscaal inwoner (Vlaanderen, Brussel, Wallonië)? De impact verschilt per gewest.
  • Totaalplaatje van je vermogen: niet alleen het geschonken pand telt, maar ook de overige onroerende goederen in je nalatenschap.
  • Flexibiliteit vs. controle: schenk je in volle eigendom of met voorbehoud van vruchtgebruik? Dat bepaalt je inkomen en zeggenschap na de schenking, maar heeft ook impact op waardering en planning.
  • Timing: als je gezondheid fragiel is, kan het risico hoger zijn dat je binnen de drie jaar overlijdt; dan moet je goed afwegen of een grote onroerende schenking nu wel aangewezen is.

9. Koppeling met vastgoedstrategie

Een schenking onroerend goed is niet alleen een fiscale ingreep, maar ook een strategische beslissing over je vastgoedportefeuille. Het bepaalt:

  • wie welk pand beheert en onderhoudt;
  • wie huurinkomsten ontvangt;
  • wie welke risico’s draagt (renovatie, leegstand, waardeschommelingen).

Daarom is het verstandig om schenkingsvraagstukken te koppelen aan de bredere vraag: welke panden wil je zelf nog houden, welke kunnen beter nu al naar de volgende generatie, en welke verkoop je misschien beter eerst?

Een lokale makelaar kan helpen om de actuele marktwaarde van een pand te bepalen en de verkoop- of schenkingstrategie daarrond mee vorm te geven. Wil je weten welke impact een schenking vandaag heeft op je vermogen en op de toekomstige erfenis, dan begint dat bij een correcte waardering van het vastgoed. Via een gratis schatting krijg je een concreet cijfer voor je pand, zodat je samen met notaris of planner beter kunt inschatten of, wanneer en hoe je best schenkt – zeker met de driejaarstermijn in het achterhoofd.

0 reacties

Reactie plaatsen

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *